Member details
 Show in normal design
Favorite blogs
Links
 
4 May, 12:44
Ik luister naar je ademhaling. Steeds dieper, steeds rustiger. En zachtjes streel ik je. Van je schouders naar je handen. Je handen die me met liefde hebben aangeraakt en geliefkoosd. Je handen die me hulp geboden hebben. Voorzichtig glijden mijn handen over jouw armen heen. Armen die me beschermd hebben, gerustgesteld en die me met warmte vastgehouden hebben. Ik voel het litteken op je bovenarm. Ik ken het verhaal. Ik ken jouw verhaal.

Langzaam verken ik je schouders. Ze voelen warm aan, zacht en krachtig tegelijk. Je schouders die de laatste jaren veel voor je gedragen hebben. Je haalt diep adem. En als je uitademt streel ik je spanningen weg. Ontspan maar.

En terwijl de geur van warme olie zich door de kamer verspreidt masseer ik je rug. Ik voel dankbaarheid. Dankbaar, omdat hij je al die tijd ondersteund heeft. Hij was sterk genoeg om de last die op je schouders lag te dragen.

Je draait je om en zachtjes geef ik een kus op je wang. Je voelt warm aan. Dan wrijf ik met mijn handen over je borstkas. Daar waar je jouw innerlijke zelf bewaart. Daar waar zij beschermd wordt. Daar waar je ook je pijn en verdriet draagt. Je angsten en je boosheid. Daar waar je hart het leven door je lichaam laat stromen. Daar waar jij mijn warmte en liefde binnen laat.

Ik streel je over je buik. Je navel kijkt me vrolijk aan. Jij een knoop, ik een putje. Ik glimlach. Hier voel ik blijdschap. Want als je lacht, lacht je buik mee.

Ik vervolg mijn weg en ontmoet je benen en voeten. Zij hebben je vandaag naar mij toe geleid. Zonder hen zou je hier niet zijn. Zonder hen zou ik vanavond niet van je kunnen genieten en jij ook niet van mij. Zonder hen zou ik je niet de aandacht hebben kunnen geven die je waard bent. Zonder hen zouden we niet de warmte en liefde gevoeld hebben die vanavond zo aanwezig is.

Mijn dank gaat uit naar jouw lichaam.
Mijn dank gaat uit naar wat het je gebracht heeft.
Mijn dank gaat uit naar wat het mij vertelt.
Mijn dank gaat uit naar wat het me geeft.
En mijn dank gaat uit naar wat het van mij in ontvangst heeft willen nemen.
In het daglicht van het bestaan
Trek ik een sluier over mij heen
Zo zie je slechts een schim
Een schim van wie ik ben

In het daglicht van het bestaan
Omring ik mij met rozen
Het is slechts schone schijn
Doornen houden je ver van mij

In het daglicht van het bestaan
Kan ik je niet beloven
Dat ik mij altijd laat zien
Dat je dicht bij mij kunt komen

Maar in het licht van de maan
Als ik alleen ben met jou
Ontdoe ik me van mijn sluier
En de rozen om me heen

In het licht van de maan
Ken jij mijn ware gezicht
Mag je dichter bij me komen
Dichter dan het licht


Het was in een land hier ver vandaan, waar op een heuvel een klein kasteel opdoemde aan de horizon. Een kasteel met twee ronde torentjes die uitzicht gaven op het prachtige groene landschap eromheen. En als je goed keek kon je in de verte het meer zien dat met haar heldere blauwe water afstak tegen de donkere kleuren van het bos. En als de wind het toe liet, liet hij je het zachte en kalme ruisen van de waterval horen.

En vanuit de torentjes kon je ook de prachtige kasteeltuin zien. De kasteeltuin, die een thuis bood voor de vele vogels die het gebied rijk was. En met het opkomen van de zon vulden ze de stilte van de morgen met hun mooiste melodieën. Een haag van rozen omringde de tuin en beschermde het met haar doornen tegen de buitenwereld, terwijl de witte rozen een gevoel van warmte en geborgenheid gaven. Het was daar waar op een dag een vrouw het leven gaf aan een meisje op het moment dat zij zelf haar laatste adem uitblies. En van vreugde bloeiden de rozen zoals ze nog nooit eerder gebloeid hadden en tegelijkertijd vormde het dauw dat op de rozen was neergestreken tranen van rouw.

Het meisje kreeg de naam Jo-Ann. En in de beschermde omgeving van de kasteeltuin groeide ze op. Ze was gelukkig, samen met haar vader. Ze genoot van de vogels die haar elke morgen toezongen. Ze genoot van de schoonheid van de rozen en van hun heerlijke geur. Daar in de tuin dwaalden haar gedachten vaak af en dacht ze met een glimlach aan haar vader.

Op een winterse dag riep hij haar bij zich. Aan de blik in zijn ogen kon ze zijn verdriet aflezen. Hij moest weg. Oorlog in het land maakte dat hij niet bij haar kon blijven, maar hij beloofde haar terug te keren. En op de dag dat hij vertrok weende het jonge meisje zoute tranen, weende ze om haar vader die zij zo lief had.

De dagen erna besteeg het meisje elke dag de torentrappen in de hoop haar vader weer te zien. Maar naarmate de dagen verstreken werd ze banger. Bang dat hij niet meer naar haar terug zou keren. De dagen werden weken en weken werden maanden. En op de eerste lentedag stond het jonge meisje weer op een van de torentjes en keek ze over het landschap uit. En bij het zien van een man op een gitzwart paard vulden haar ogen zich met tranen en rende ze de torentrap af naar de ingang van de kasteeltuin. De vader en het meisje huilden van geluk bij het weerzien van elkaar. En terwijl hij haar stevig vast hield, beloofde hij voor altijd bij haar te blijven.

Jaren gingen voorbij. Het meisje groeide op tot een jonge vrouw. Samen met haar vader voelde ze zich gelukkig in het kasteel. Maar op een dag riep haar vader haar bij zich. Een nieuwe oorlog maakte dat hij niet kon blijven. Ook ditmaal weende de jonge vrouw toen hij vertrok en ook ditmaal beloofde vader haar plechtig om terug te keren. Maar hij kwam niet terug. En het hart van de jonge vrouw brak.

De jaren verstreken en ze leefde in eenzaamheid in het kasteel. De rozenhaag groeide en vormde een beschermende hoge muur om haar heen. En als je niet geweten zou hebben dat er zich achter de rozenhaag een kasteel met een jonge vrouw bevond, zou je het onherroepelijk voorbij gelopen zijn zonder het te zien.

Het was op een mooie dag dat een jonge man het woud verliet en op zijn paard langs de rozenhaag reed. Verblind door de schoonheid van de witte rozen en overweldigd door de heerlijke geur, stapte hij van zijn trouwe dier af om alles wat hij zag en rook van dichtbij te ervaren. En zo kwam het dat hij door de haag heen een glimp zag van het prachtige kasteel. En hoewel de rozenhaag stug was en de doornen hem prikten baande hij zich met zijn zwaard een weg er doorheen. Wetende dat achter deze muur van stekelige doornen hij de ware gedaante zou aantreffen van het landgoed.

En daar in de wonderbaarlijk mooie kasteeltuin zat een jonge vrouw. De wind speelde met haar haren en de zon verlichtte haar verschijning. En op het moment dat de jonge vrouw en de jonge man elkaar aankeken vulden hun harten zich met warmte en voelden ze de liefde voor elkaar. De dagen erna genoten ze samen van de melodieën die de vogels voor hen zongen, de heerlijk geurende rozen en de warme stralen van de zon. De ogen van de jonge vrouw straalden van geluk.

En na een paar weken was de liefde van de man voor de mooie vrouw zodanig gegroeid dat hij haar vroeg voor altijd bij hem te blijven. En op dat moment veranderde de gelukzalige blik in haar ogen in angst. Hoe kon zij zo iets aan hem beloven als zelfs haar vader deze belofte niet eens aan haar, zijn dochter, had kunnen nakomen. Ze wist zeker dat eens, eens de tijd zou komen dat ze zou moeten gaan. Dan zou zijn hart gebroken worden en zo ook die van haar.

De gedachte dat het beter was om hem nu te laten gaan deed haar verdriet. Maar de gedachte dat ze haar belofte misschien niet zou kunnen nakomen en dat ze zijn hart zou breken verscheurde haar. En zo kwam het dat de jonge man weer terug reed naar zijn land en de rozenhaag zich weer geheel om het kasteel en de vrouw heen sloot als een ondoordringbare muur.
20 Mar, 20:46
Op zolder staat een kist. Een houten kist met een goudkleurig hengsel en een slot. Hij is groot. Heel groot. Het is mijn grootst bewaarde geheim. Al lange tijd verstop ik hem voor wie dan ook. Ook voor mezelf. Bang voor de ellende, het verdriet en de pijn, die er in zit.

Hij staat al jaren op zolder. Onaangeroerd. Maar nu moet ik er toch aan geloven. Vandaag zou de kist verhuisd worden naar mijn nieuwe woning. Met een onbehaaglijk gevoel kijk ik naar boven en zucht nog eens diep. Dan bestijg ik de steile trap. Stap voor stap loop ik omhoog en bij elke stap voel ik me steeds minder op mijn gemak. Op zolder aangekomen doorzoek ik met mijn ogen de ruimte en zie hem staan in een hoek.

Ik zucht. Hij lijkt zo groot. Het is onmogelijk voor mij om hem goed vast te kunnen houden. En hij ziet er zo zwaar uit. Ik zou hem niet eens op kunnen tillen. En dan te bedenken wat er in zit. Alleen daarom zou de kist al te zwaar voor mij zijn. Ik zucht nog eens diep en kijk door het zolderraam naar buiten. Grote donkere wolken drijven voorbij. Dan trekt opeens de lucht een klein beetje open. Net genoeg voor de zon om een van haar stralen op de kist te doen laten vallen.

Het hout licht op en het goudkleurige beslag schittert in het zonlicht. De kist lijkt opeens niet zo groot en zwaar meer als ik dacht. Het is eigenlijk een heel mooie kist. Het hout is prachtig en op het beslag zijn mooie versieringen aangebracht. Nieuwsgierig loop ik naar hem toe en vraag ik me af waarom ik al die tijd zo bang ben geweest. Het is immers een prachtige kist. Ik krijg zelfs het gevoel dat wat er in zit wel eens heel leuk zou kunnen zijn.

Ik denk na en dan beginnen mijn ogen te stralen. Misschien zijn het wel mijn balletschoentjes van vroeger. Bij die gedachte voel ik me weer even het kleine meisje dat vrolijk rond danst in een mooi roze balletpakje. Haar haren in een lange vlecht, vastgebonden met een roze strikje. Of misschien zitten er wel tekeningen in. Ik hield zoveel van tekenen! Ik glimlach en zie mezelf weer aan de grote huiskamertafel zitten, driftig aan de slag met mijn kleurpotloden. Of mijn gedichten van vroeger. Van die zwijmel gedichten over de liefde. Ik moet grinniken. Ik was een ster in het verzinnen van dramatische, onmogelijke liefdes en knappe ridders die mij uit de handen van de vijand bevrijdden.

Nog eenmaal glijden mijn ogen over de kist, terwijl ik bedenk wat er allemaal in zou kunnen zitten. En dan… dan opeens realiseer ik me dat het geen tastbare spulletjes van vroeger zijn. Het zijn geen balletschoentjes of tekeningen. Nee. In de kist zit een veel grotere schat. Het kostbaarste wat ik bezit. In de kist zit mijn zelf, zit het balletmeisje, de creatieveling, de dromer, de angsthaas, de perfectionist. In de kist zit alles wie ik ben!

Al die tijd heb ik mijn zelf voor anderen verborgen gehouden. Was het mijn grootst bewaarde geheim. Durfde ik zelf ook lange tijd niet meer naar haar om te kijken. Maar nu weet ik het zeker. Ik wil haar weer ontmoeten. Ik wil haar zien, met haar dansen, spelen, lachen en huilen. Ik wil haar mee naar buiten nemen, haar voorstellen aan iedereen die ik lief heb. Kijk, dit ben ik! En iedereen mag me zien!

Ik strijk met mijn handen langs de kist. Ik voel zowel verdriet als blijdschap. Verdriet omdat ik me besef dat ik haar zo lang gemist heb. En blijdschap omdat ik haar weer heb mogen vinden. En wat is ze mooi. Ze is echt prachtig. En ik hou van haar. Ja, ik hou van mijn zelf.

Ik til de kist de zoldertrap af en zet haar in de verhuiswagen. Ze krijgt een mooi plaatsje midden in de huiskamer. Want vanaf nu, mag iedereen haar zien!


Voor Mijn Zelf

9 Mar, 23:20
Ze staat voor het raam. Het regent. Vrolijk dansen de regendruppels op het water van de vijver in de tuin. Wat zou ze graag met hen meedansen. Meedansen op de muziek die ze maken. Ze hoort de vrolijke wijsjes en glimlacht. “Mama, kun je het ook horen?”

“Wat, mijn lieve kind?” vraagt moeder. “De regendruppels! Ze maken muziek en dansen op het water.” Haar ogen stralen en zachtjes wiebelt haar hoofdje heen en weer. “Hoor maar, mama”. Mama kijkt door het raam. Wat een triest weer is het vandaag. Ze denkt aan morgen. Een zoveelste verplicht zakendiner van haar man. Gehouden bij de directeur die nogal van de etiketten is en van zijn gasten vergt dat zij zich hier strikt aan houden. Ze zou zich weer de hele avond opgelaten voelen. Die gedachte alleen al maakte haar humeur er niet beter op.

Het kleine meisje kijkt op naar haar moeder. “Hoor je het nou, mama?” En zachtjes begint ze te neuriën, terwijl ze weer naar buiten kijkt. In gedachte danst ze op het water met de regendruppels. In haar witte jurkje en met een bloemenkransje op haar hoofdje draait ze vrolijk in de rondte. Een lach verschijnt op haar gezichtje.

Moeder is nog steeds in gedachten verzonken. Wat zal ze morgen aantrekken. Het mocht beslist niet iets zijn dat ze al eens eerder had gedragen bij een visitatie aan de directeur. Dat was haar al een keer overkomen en ze kon de afkeurende blik van zijn vrouw nog goed herinneren. Haar maag draait zich om. Was het maar al voorbij.

“Mama?” vraagt het meisje terwijl ze aan de mouw van haar moeder trekt. Moeder draait haar hoofd naar de kleine meid toe. Voor haar ziet ze hoe twee sprankelende oogjes haar aankijken. “Zullen we gaan dansen en zingen net als de druppels op het water? Dan doen we onze mooiste jurken aan! En dan doen we onze haren in twee mooie staartjes! En dan doen we alsof hier de vijver is en dan gaan we samen rondjes draaien!”

Even begrijpt ze niet waar haar kleine meid het over heeft en kijkt nog eens naar buiten. Dan ziet ze opeens de regendruppels dansen op het water en hoort de vrolijke wijsjes. Ze beeldt zich in hoe haar dochtertje en zij in hun mooiste jurkjes met hen meedansen. Een glimlach verschijnt op haar gezicht en zachtjes begint ze te neuriën. Het belooft nog een mooie dag te worden.


Regendruppels
Dansend in het water
Tikkend op het raam
Vrolijke druppels
Roepen mijn naam

Mijn gezicht wordt nat
Zo ook mijn regenjas
Met een ondeugende blik
Stamp ik in een plas

Het kind in mij
Doet mij lachen van plezier
En laat me even genieten
Van dit kinderlijk vertier



19 Feb, 17:00
Vier jaar geleden is het dat ik je voor het laatst zag. Je was een boek aan het lezen op een bankje in het park. De wind speelde met je haar en de zon streelde je met haar warme stralen. Af en toe streek je langzaam een haarlok weg als deze door de plagende wind voor je ogen werd geblazen. Je ogen die gericht waren op de woorden die zij aan het lezen waren. De woorden die je tot je nam, die je proefde en die je voelde. En af en toe keek je op. Zag je de spelende kinderen in het gras. Luisterde je met liefde naar de vogels. En deed je even je ogen dicht terwijl je de warmte van de zon op je gezicht toe liet. Daar op het bankje, tussen de bomen, was je een met alles om je heen. Je hoorde hier thuis. Hier vond je je rust. Alsof tijd niet meer bestond.

Nu vier jaar later tref ik je weer. Je staat te praten met een aantal vriendinnen. Je hebt vandaag de hele dag gewerkt. Het was druk geweest. ’s Morgens vergaderingen en ’s middags in alle haast nog de laatste voorbereidingen getroffen voor een seminar. De tijd was omgevlogen. En vanavond naar een training communicatie toe. Tijd voor een goede maaltijd zit er dus niet in.

Terwijl je in hoog tempo je verhaal doet, zie ik je ogen van links naar rechts schieten. Druk kijkend wat er om je heen gebeurt. Maar je kijkt zonder te zien en ziet dus niet de glimlach van de man schuin tegenover je, die jou geamuseerd observeert. Of het verliefde stelletje naast je, dat hun ogen niet van elkaar af kan houden. En ook niet het oude mannetje in de hoek dat zit te knikkebollen, terwijl zijn vrouw hem met een liefdevolle blik gadeslaat. Je ziet het niet. In de haast ontgaat het je allemaal.

“Wat ga je dit weekend doen?” vraagt een van je vriendinnen. In het even snelle tempo als zonet vertel je dat je dit weekend eigenlijk te veel gepland hebt. Zaterdag het huishouden doen, nog even naar de kapper en ’s avond naar een feest. Maar laat kan het niet worden want zondagochtend heb je afgesproken bij een vriend om samen te gaan brunchen. Daarna nog even wat drinken bij vrienden en ’s avonds je vergaderstukken voor de volgende dag lezen. “Als ik er al aan denk word ik al moe” hoor ik je zeggen. Dan kijk je op je horloge. Je moet gaan. Gauw zeg je iedereen gedag en je loopt met snelle pas naar de uitgang van het café.

Als je langs me heen loopt kijk ik je aan. Je ziet me en blijft staan. Zie ik daar een blik van herkenning in je ogen? “Ken je me nog?” zeg ik. “Nee, waarvan zou ik u moeten kennen?” Met een haastige blik wacht je mijn antwoord af. “Vier jaar geleden zag ik je in het park. Het was prachtig weer. De zon scheen en je was een boek aan het lezen op een bankje.”

Ik zie je terug gaan in de tijd. Je ogen worden rustig, je gezicht zachter en je ademhaling daalt. “Ja, het was heerlijk die dag. Ik zie het weer helemaal voor me. Het groene gras, de vogels die floten, de warme zon…” Je glimlacht. De herinnering doet je genieten van het gevoel dat het je toen gaf. Alsof je het weer opnieuw beleeft. “Die rust. Wat mis ik dat eigenlijk.” Je slaat je ogen neer en zucht. Dan kijk je me aan met een verlangende blik in je ogen. Zou ik je nu maar mogen vasthouden. Opeens flitsen je ogen naar de klok die boven de deur van het café hangt. “Sorry, maar ik moet nu echt rennen.” En weg ben je. Ik kijk door het raam en zie je nog net een fietser ontwijken.

Wat is er in die vier jaar veel veranderd. Dan voel ik een hand op mijn schouder. “Het komt wel goed.” zegt een stem. “Maar nu is het tijd om terug gaan, ze wachten op je”. Ik knik. “Dank, dat ik weer even bij haar mocht zijn.” Het wordt licht voor mijn ogen en ik voel mijn ziel opstijgen. Dag mijn lieve kleinkind, zorg goed voor jezelf.



13 Feb, 17:44
Zomaar is hij voor me komen staan. Een klein blond jochie van een jaar of vier. Met zijn handen in z’n zakken. Niet wetend of hij boos of verdrietig moet kijken. Ik kijk hem vragend aan en zie de twijfel op zijn gezicht: zal ik het wel of zal ik het niet zeggen. “Toe maar” zeg ik terwijl ik hem een bemoedigend knikje geef. Even is het stil. “Ik ben géén lief kind, zegt mama!” roept het kleine ventje dan ineens. Een traan biggelt over zijn wangetje.

Zijn woorden raken me. Ik moet aan Liesje mijn buurmeisje denken. Hoe vaak hoorde ik haar ouders wel niet tegen haar zeggen dat ze geen lief kind was. Dat ze een vervelend kind was. Het eerst zo vrolijke meisje werd door de jaren heen steeds stiller. Trok zich terug in haar eigen wereldje. Ze werd onzichtbaar. Onzichtbaar voor anderen, ook voor mij. Op de dag van de verhuizing heb ik haar nog even gezien. Ze stond voor het raam met een nietszeggende blik in haar ogen.

Met verdriet in mijn hart kijk ik weer naar het jochie dat ondertussen zijn koppie had laten hangen en nu met een trillende onderlip naar zijn schoenen zit te staren. “Weet je...” zeg ik zacht. Voorzichtig kijkt hij me aan van onder zijn wimpers vandaan. “Je bént wel een lief kind, je dóet alleen soms niet zo lief.” Een diepe frons verschijnt op zijn voorhoofdje.

Dan rent hij ineens weg naar zijn moeder. “Mama!” roept hij. Moeder laat haar dochtertje los, dat even daarvoor huilend in haar armen was gevallen omdat haar broertje haar omver had geduwd. Ze draait zich om en luistert naar haar zoontje. Aan haar gezicht zie ik dat ze geraakt is door zijn woorden. Ze pakt het kleine jochie vast en geeft hem een kus op zijn haren. Dan kijkt ze nog even mijn richting op en glimlacht. Ik glimlach terug.

Langzaam sta ik op en pak de bos witte rozen die ik naast me had neergelegd. Ik doe het kaartje dat ik zojuist geschreven heb aan een van de bloemen en lees nog één keer wat ik er op het gezet.

Lieve Liesje

Onzichtbaar door het leven
Nooit zal ik weten wie jij bent
Alleen zichtbaar voor jezelf gebleven
Jij alleen heeft jou gekend

Wat ik aan jou heb gemist
Kan jij mij nu niet meer vertellen
Ik zou zo graag willen dat ik toen wist
Hoe ik jouw gemis had kunnen herstellen

Liefs, Esmée



Klik hier voor mijn gedichtenbundel

31 Jan, 14:14
© Esmee L'Amour.

Kon ik nog maar even bij je zijn
Kon ik nog maar even bij je zijn
Dan liet ik je weer de rozen tot bloei zien komen
Dan liet ik je weer de vogels horen die je toezingen
Dan liet ik je weer de zon voelen die jou verwarmt

Kon ik nog maar even bij je zijn
Dan liet ik je weer de geur van lavendel ruiken
Dan liet ik je weer proeven van het leven
Dan liet ik je weer zien hoe mooi de wereld is

Kon ik nog maar even bij je zijn
Dan liet ik je weer tot je zelf komen
Dan liet ik je jouw zelf weer zien
Dan liet ik je weer rusten in jouw zijn


Onzichtbaar
Onzichtbaar door het leven
Nooit zal ik weten wie jij bent
Alleen zichtbaar voor jezelf gebleven
Jij alleen heeft jou gekend

Wat ik aan jou heb gemist
Kan jij mij nu niet meer vertellen
Ik zou zo graag willen dat ik toen wist
Hoe ik jouw gemis had kunnen herstellen


Het schilderij
Hoe mooi een schilderij ook is
En met hoeveel liefde men het ook geschilderd heeft
Het leven dat is afgebeeld
Is nog veel mooier als het echt wordt geleefd

De dromer
Je mooie ogen en lieve lach
Dat is wat ik kan zien
En als je wat vaker bij me bent
Zie ik ook jouw zelf misschien

De bloei
Ze liet haar kopje hangen
Haar blaadjes waren slap
Ze wilde weer bloeien was haar verlangen
en maakte haar eerste stap
Ze liet zich voeden en nam
Al wat haar werd gegeven
En dat is hoe het kwam
Dat ze daar nu staat
Met haar kopje opgeheven

Symbiose
Waar ik stop
Daar begint pas jij
Want als onze ikken te veel samensmelten
Wie ben ik dan
En wie ben jij?

De appelboom
De appelboom, daar staat hij dan
In al zijn glorie en zijn kracht
Zijn bloesems geurend en wit van kleur
Dat is wat hij het voorjaar bracht
Zijn appels zo groen en heerlijk fris
Al glimmend in de zomerzon
Ik hoop dat jij in je leven
Net zo mag bloeien als deze appelboom kon

De puzzel van het leven
De jaren leren je
Wat de dagen niet begrijpen
Net als een puzzel
Waar steeds duidelijker wordt
Wat het grote geheel is
Als de stukjes in elkaar vallen
Ik hoop dat je dit jaar
jouw puzzel kunt afmaken

Dank
Waar anderen kijken zonder te zien
En horen zonder te luisteren
Luister jij met je hart naar wat ik zeg
Zie jij met je hart de persoon die ik ben
Dank dat jij je hart voor mij hebt opengesteld

De piekeraar
Ik zou willen dat je wat meer op aarde kon zijn
Want zo hoog in de wolken kan ik niet komen
en dan kan ik er alleen maar van blijven dromen
Hoe het is om bij jou te zijn

De spiegel
Kijk eens in de spiegel. Kun jij jezelf zien?
Zie ook jij de kracht en tegelijkertijd de zachtheid?
Zie ook jij de kwetsbaarheid, warmte en liefde?
Zie ook jij de sprankelende ogen en het mooie gezicht?
Nee?
Kijk dan eens door mijn ogen naar de persoon voor de spiegel.
Misschien zie jij jezelf dan zoals ik je zie.


© Esmee L'Amour.

Een gedicht speciaal voor jou
Wil je een gedicht voor een speciale gelegenheid maar kun je de woorden niet vinden? Ik maak graag speciaal voor jou een gedicht op maat. Klik hier voor meer informatie.

Daar staat ze dan. Met haar roze rugzakje en haar beer vastgeklemd tussen haar armen. Iedere ochtend stipt om 8 uur wordt ze daar afgezet, bij de bushalte op de hoek. Ze is pas een jaar of vijf. Met haar blonde haren in twee nette vlechtjes en haar kinnetje iets omhoog kijkt ze vastberaden voor zich uit.

Ik sta zoals gewoonlijk bij de bushalte aan de overzijde. Elke dag zie ik een grote nette auto stoppen. Elke dag zie ik haar uitstappen. Alleen. Elke dag zie ik hoe de man in pak in zijn achteruitkijkspiegel ziet wat er gebeurt, iets tegen haar zegt en snel weer zijn weg vervolgt. En elke dag zie ik het kleine meisje, dat met een blik voor zich uit kijkt alsof ze wil zeggen “Kijk mij hier sterk zijn”.

Dan wordt haar aandacht weggetrokken. Een moeder komt met haar zoontje aanlopen en gaat naast mij staan. Het jongetje lacht en kijkt haar met twinkelende oogjes aan. Zijn moeder glimlacht en kijkt vertederend naar het kleine jochie. Dan zakt ze door haar knieën, slaat haar armen om hem heen en geeft hem een zoen.

Het meisje neemt het tafereeltje tussen moeder en zoon waar en richt daarna haar blik op mij. Haar ogen kijken me verdrietig aan. Een traan biggelt over haar wang terwijl haar lippen beginnen te trillen. Het doet pijn haar zo te zien. Dan komt de bus er aan. Ze wrijft met haar mouw haar tranen weg, laat nog even haar hoofdje hangen en kijkt dan weer op met haar kinnetje iets omhoog. De blik in haar ogen is verhard. Kijk mij eens sterk zijn.

Ze stapt de bus in en kijkt me nog één keer aan. Bij het zien van mijn blik vol van medeleven, slaat ze haar oogjes neer. Even zie ik weer het kwetsbare meisje dat zo erg verlangt naar warmte en liefde.

Ik krijg een brok in mijn keel. Het is net alsof ik mezelf weer zie…

Klik hier voor mijn gedichtenbundel