Op zolder staat een kist. Een houten kist met een goudkleurig hengsel en een slot. Hij is groot. Heel groot. Het is mijn grootst bewaarde geheim. Al lange tijd verstop ik hem voor wie dan ook. Ook voor mezelf. Bang voor de ellende, het verdriet en de pijn, die er in zit.
Hij staat al jaren op zolder. Onaangeroerd. Maar nu moet ik er toch aan geloven. Vandaag zou de kist verhuisd worden naar mijn nieuwe woning. Met een onbehaaglijk gevoel kijk ik naar boven en zucht nog eens diep. Dan bestijg ik de steile trap. Stap voor stap loop ik omhoog en bij elke stap voel ik me steeds minder op mijn gemak. Op zolder aangekomen doorzoek ik met mijn ogen de ruimte en zie hem staan in een hoek.
Ik zucht. Hij lijkt zo groot. Het is onmogelijk voor mij om hem goed vast te kunnen houden. En hij ziet er zo zwaar uit. Ik zou hem niet eens op kunnen tillen. En dan te bedenken wat er in zit. Alleen daarom zou de kist al te zwaar voor mij zijn. Ik zucht nog eens diep en kijk door het zolderraam naar buiten. Grote donkere wolken drijven voorbij. Dan trekt opeens de lucht een klein beetje open. Net genoeg voor de zon om een van haar stralen op de kist te doen laten vallen.
Het hout licht op en het goudkleurige beslag schittert in het zonlicht. De kist lijkt opeens niet zo groot en zwaar meer als ik dacht. Het is eigenlijk een heel mooie kist. Het hout is prachtig en op het beslag zijn mooie versieringen aangebracht. Nieuwsgierig loop ik naar hem toe en vraag ik me af waarom ik al die tijd zo bang ben geweest. Het is immers een prachtige kist. Ik krijg zelfs het gevoel dat wat er in zit wel eens heel leuk zou kunnen zijn.
Ik denk na en dan beginnen mijn ogen te stralen. Misschien zijn het wel mijn balletschoentjes van vroeger. Bij die gedachte voel ik me weer even het kleine meisje dat vrolijk rond danst in een mooi roze balletpakje. Haar haren in een lange vlecht, vastgebonden met een roze strikje. Of misschien zitten er wel tekeningen in. Ik hield zoveel van tekenen! Ik glimlach en zie mezelf weer aan de grote huiskamertafel zitten, driftig aan de slag met mijn kleurpotloden. Of mijn gedichten van vroeger. Van die zwijmel gedichten over de liefde. Ik moet grinniken. Ik was een ster in het verzinnen van dramatische, onmogelijke liefdes en knappe ridders die mij uit de handen van de vijand bevrijdden.
Nog eenmaal glijden mijn ogen over de kist, terwijl ik bedenk wat er allemaal in zou kunnen zitten. En dan… dan opeens realiseer ik me dat het geen tastbare spulletjes van vroeger zijn. Het zijn geen balletschoentjes of tekeningen. Nee. In de kist zit een veel grotere schat. Het kostbaarste wat ik bezit. In de kist zit
mijn zelf, zit het balletmeisje, de creatieveling, de dromer, de angsthaas, de perfectionist. In de kist zit alles wie ik ben!
Al die tijd heb ik
mijn zelf voor anderen verborgen gehouden. Was het mijn grootst bewaarde geheim. Durfde ik zelf ook lange tijd niet meer naar haar om te kijken. Maar nu weet ik het zeker. Ik wil haar weer ontmoeten. Ik wil haar zien, met haar dansen, spelen, lachen en huilen. Ik wil haar mee naar buiten nemen, haar voorstellen aan iedereen die ik lief heb. Kijk, dit ben ik! En iedereen mag me zien!
Ik strijk met mijn handen langs de kist. Ik voel zowel verdriet als blijdschap. Verdriet omdat ik me besef dat ik haar zo lang gemist heb. En blijdschap omdat ik haar weer heb mogen vinden. En wat is ze mooi. Ze is echt prachtig. En ik hou van haar. Ja, ik hou van
mijn zelf.
Ik til de kist de zoldertrap af en zet haar in de verhuiswagen. Ze krijgt een mooi plaatsje midden in de huiskamer. Want vanaf nu, mag iedereen haar zien!
Voor Mijn Zelf